Category Archives: past

“Nemen we deze nou mee?”

484571_10151344815753745_1929608758_nMijn kleine zusje heeft haar diploma verpleegkunde gehaald en I couldn’t be more proud. Ik sta er niet zo bij stil, maar mijn kleine zusje is niet zo klein meer. Ze is volwassen aan het worden. Kleine meisjes worden groot.

Ruim 25 jaar geleden ben ik als eerste kind geboren. Zo’n 3 jaar later kwam daar nog een meisje, Lisa, mijn kleine zusje. Na haar geboorte vroeg ik mijn ouders “Nemen we deze nou mee?”, een citaat van mij dat ik me zelf niet kan herinneren, maar waar ik wel regelmatig aan herinnerd word door mijn geliefde familie. Als kind was ik helemaal verliefd op mijn zusje. Ik vond het prachtig om met haar te spelen, zij was mijn levende pop. Natuurlijk riepen mijn ouders van tijd tot tijd wel “voorzichtig”, want ik kon soms wat wild zijn, maar ik vond haar gewoon leuk.

We speelden met barbies, waren dansjes aan het instuderen of bouwden hutten in de tuin beneden. Lisa was altijd bezig met beestjes en dieren. Dan verzamelden ze torren of wat dan ook en zette ze in een bakje die ze helemaal inrichtte met takjes en gras. Dat ze ook altijd zei dat ze dierenarts wilde worden verbaasde me ook niets. Lisa is een echte dierenvriend. Het aantal voorgaande huisdieren, voor zover mogelijk met moeders allergie, spreken voor zich. Hamsters, konijnen en zelfs Frank de vogel uit Frankrijk komen in het lijstje voor. En ook nu verzorgt ze nog steeds met alle liefde de huisdieren van haar en haar vriend Carlo.

De zorg zit in haar, dat heeft ze van moeders geërfd. Ik snap het soms niet helemaal, want het is absoluut niet mijn ding. Maar het gaat er om dat zij gelukkig is in wat zij doet. En als je haar wel eens over haar werk hoort praten zie je soms de glinstering in haar ogen. Natuurlijk gaat het niet altijd over rozen, maar zo werkt het leven nou eenmaal niet.

Mijn zusje, ondanks dat ze ouder wordt, blijft altijd mijn kleine zusje. Ik houd van haar en zal haar altijd verdedigen en beschermen. Het is heel simpel, als je aan mijn zusje komt, kom je aan mij. Klinkt heel stoer, maar zo voel ik het ook. Wat er ook gebeurt, ik zal altijd aan haar kant staan en voor haar opkomen. No matter what. Daarnaast kan ze altijd op me rekenen, en ondanks onze onenigheden soms, weet ik dat zij er ook voor mij is.

Nu staat zij op 22-jarige leeftijd aan het begin van de rest van haar leven. Volwassen. Gediplomeerd. Gepassioneerd. Dus wens ik haar nu  succes en veel geluk met de rest van haar leven. Zij komt er wel. Ik geloof in haar.

‘Heb ik U al eens een pets verkocht?’

Op bijna elk familiefeestje komt hij wel een keer voorbij. Iedereen kent ze wel: de grappige en schattige anekdotes die elke verjaardag weer even genoemd worden.

Ik was nog klein, een jaar of drie denk ik, en was logeren bij mijn opa en oma. Zoals elke peuter kwam ook ik zeker zes keer mijn bed uit en meldde me keer op keer aan het bed van mijn opa en oma. Mijn opa, die nog best lang zijn geduld wist te behouden, was het na zes keer wel zat. Een beetje boos zei hij dat ik moest gaan slapen, waarop ik antwoordde: “Opa. Heb ik u al eens een pets verkocht?” Mijn opa keek mij verbaasd en vol ongeloof aan. Hij wist niet wat hij hoorde van zijn lieve kleindochter. Zijn hondje, zoals hij mij noemde, die deze brutale woorden, weliswaar op een beleefde manier, uitsprak.

Twintig jaar geleden was dit bijzonder brutaal. Tegenwoordig is dat wel anders. De kinderen van nu zijn brutaal en hebben een grote mond tegen iedereen. Ik keek vroeger wel uit om tegen iemand, bekend of vreemd, die ouder was dan ik in te gaan. Maar een ieder die tegenwoordig iets zal zeggen over de brutaliteit van onze kinderen zal daar onmiddellijk spijt van krijgen. De grens van brutaliteit is verschoven. Vergeleken met vandaag de dag stelde mijn ‘brutale’ opmerking niets voor. Bovendien wordt daar nu lacherig op teruggekeken en is gespreksonderwerp op feestjes en partijen.

De kinderen van nu zijn brutaler, dat komt omdat we meer accepteren. Kinderen moeten grenzen leren. Dat betekent dat dat brutale opmerkingen niet moeten worden beloond. Want hoe kan een kind anders weten wat wel en niet mag. Hoe moeilijk het ook is om boos te worden op een peuter met zijn of haar grote schattige ogen waar je liever om glimlacht.